Tips voor het veilig verwarmen van laboratoriumglaswerk
Door DWK Life Sciences

Het verwarmen van glaswerk in het laboratorium vereist nog steeds zorgvuldigheid, zelfs wanneer producten speciaal ontworpen zijn om in een dergelijke omgeving te worden gebruikt. Daar zijn enkele redenen voor.
Ten eerste zal niet al het laboratoriumglaswerk dezelfde specificaties hebben. Zo heeft borosilicaat laboratoriumglaswerk een veel lagere uitzettingscoëfficiënt dan andere soorten glas zoals natriumkalkglaswerk dat ook veelal in laboratoria gebruikt wordt. Terwijl producten van de tweede groep nog altijd geschikt zijn voor een reeks toepassingen is het belangrijk rekening te houden met de chemische geschiktheid van het glas zelf wanneer het aan warmte wordt blootgesteld.
Ten tweede wordt niet alle laboratoriumglaswerk met dezelfde kwaliteitsstandaarden vervaardigd. Zelfs binnen een categorie zoals borosilicaatglas kunnen de kwaliteit van de gebruikte grondstoffen en belangrijke factoren zoals de consistentie van de glasdikte variëren, waarbij premiummerken voor laboratoriumglaswerk en wetenschappelijk glaswerk zoals DURAN, WHEATON, PYREX en KIMBLE een betrouwbaardere hittebestendigheid bieden.
En ten slotte heeft ook de manier waarop laboratoriumglas wordt verwarmd een grote invloed op de veiligheid, ongeacht het gebruikte product. Hier vindt u enkele tips voor het veilig verwarmen van glaswerk in het laboratorium.
1) Houd rekening met uitzetting en inkrimping bij hoge temperaturen
Hoewel de lage uitzettingscoëfficiënt van borosilicaatglas (3,3x10-6K-1) bij verwarming of koeling zeer weinig uitzetting of samentrekking tot gevolg heeft, is nochtans voorzichtigheid vereist, zelfs bij dit type glas.
Als de temperatuur hoger is dan 150oC is er extra voorzichtigheid geboden om ervoor te zorgen dat het verwarmen en vervolgens koelen van het glaswerk op langzame en gelijkmatige wijze gebeurt. Het is van essentieel belang dat er rekening wordt gehouden met de benodigde uitrusting, de condities en, belangrijker nog, de tijd voor geleidelijke stijgingen en vervolgens dalingen van de temperatuur.
2) Verwijder het risico van een thermische schok
Zelfs wanneer glaswerk niet wordt blootgesteld aan overmatige temperaturen moet elke plotselinge verandering toch worden vermeden. Thermische schokken als gevolg van plotseling verwarmen of koelen kunnen ertoe leiden dat het glas breekt of barst. Verwarm glas voorzichtig en geleidelijk, ook aan het begin van uw proces en laat heet glaswerk geleidelijk afkoelen op een plaats uit de buurt van koude tocht.
3) Vermijd kritieke plekken door de warmte gelijkmatig te verdelen
Geconcentreerde of directe warmte op een deel van het glas kan kritieke plekken veroorzaken en moet worden voorkomen, omdat verschillende verwarmingspercentages tot stress kunnen leiden die het glas verzwakt en breuken veroorzaakt. Als u een bunsenbrander gebruikt, zal het gebruik van een zachte vlam en de inzet van een draadgaas met keramisch centrum om de vlam te verspreiden, helpen om de aangebrachte warmte te verdelen.
Het gebruik van een warmhoudplaat helpt om effectieve warmteverdeling te garanderen, hoewel het belangrijk is om ervoor te zorgen dat de bovenplaat groter is dan de onderkant van het vat dat verwarmd wordt. Dit zal de gelijkmatige verdeling van de warmte door de onderkant van het glaswerk mogelijk maken, waardoor de kans op het breken van het glas als gevolg van kritieke plekken kleiner wordt. Verwarm het glaswerk altijd tot omgevingstemperatuur voordat u het op de warmhoudplaat plaatst, omdat koude containers eventueel zouden kunnen worden blootgesteld aan thermische schokken.
4) Gebruik een magnetron met voorzichtigheid
Niet elk laboratoriumglaswerk kan veilig in een magnetron worden gebruikt. Natriumkalkproducten kunnen bijvoorbeeld geen plotselinge temperatuurveranderingen doorstaan. Borosilicaatglas daarentegen is magnetronbestendig, maar net als bij elk magnetronvat is het belangrijk om ervoor te zorgen dat het magnetronabsorberend materiaal bevat alvorens het in de oven wordt geplaatst.
Het is ook belangrijk om te controleren of er onderdelen of toebehoren aan het glas zijn bevestigd en of het materiaal waarvan deze zijn gemaakt veilig in de magnetron kan worden gebruikt. Sommige producten maken gebruik van kunststoffen schroefdoppen en aansluitingen en deze moeten zijn vervaardigd van polypropyleen of PTFE om geschikt te zijn voor de magnetron.
5) Autoclaveer met zorg om schade te voorkomen voor toekomstige verwarming
Het meeste laboratoriumglaswerk kan veilig worden geautoclaveerd. Echter moet er aan een aantal dingen worden gedacht om te voorkomen dat glaswerk wordt beschadigd op een manier die van invloed zou zijn op toekomstige verwarming. Draai om te beginnen alle schroefdoppen los voordat u met het proces begint. Het autoclaveren van glaswerk met een strak dichtgeschroefde dop kan leiden tot drukverschillen die de container kunnen beschadigen wat directe schade of schade wanneer het glaswerk in de toekomst wordt verwarmd tot gevolg kan hebben. Als alternatief biedt het gebruik van een aansluitdop met één poort en een steriel ontluchtingsfilter of een steriele schroefdop voor het ontluchtingsmembraan een automatische steriele gasuitwisseling, waardoor de druk tijdens de autoclaafcyclus veilig evenredig kan worden verdeeld, terwijl tegelijkertijd de steriliteit van de inhoud van de fles wordt gewaarborgd. Ten tweede, zorg ervoor dat de autoclaaf niet overbelast wordt. Dit zorgt ervoor dat er genoeg ruimte overblijft tussen de items om de hogedrukstoom te laten circuleren en het risico op schade te verminderen die het glaswerk later ongeschikt zou kunnen maken voor verwarming.