Veelgestelde vragen over flowmeters

Flowmeters voor eenmalig gebruik

  1. Hoe werken de flowmeters van Masterflex®?
  2. Welk type sensor voor eenmalig gebruik kan ik voor mijn toepassing het beste nemen?
  3. Hoe groot is de nauwkeurigheid die ik bij gebruik van de diverse typen sensor kan verwachten?
  4. Zijn deze sensoren te gebruiken met ondoorzichtige slangen en werkvloeistoffen?
  5. Hoe verloopt de communicatie tussen deze sensoren en mijn installatie?

Flowmeters met verschildruk

  1. Hoe werkt een flowmeter met verschildruk?
  2. Heb ik een filter nodig?
  3. Kan een flowmeter met verschildruk omgaan met turbulente stromen?
  4. Mijn gas verkeert niet onder standaardomstandigheden/ of verandert— werkt het dan wel?
  5. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een flowmeter met verschildruk?
  6. Wat zijn de beperkingen van het gebruik van een flowmeter met verschildruk?

Doppler flowmeters

  1. Hoe werkt een doppler flowmeter?
  2. Kan ik ook bij fijnstof een doppler flowmeter gebruiken?
  3. Sommige flowmeters meten in velociteit (m./sec). Hoe kan ik de uitslagen omrekenen in volume/tijd?
  4. Wat als ik een andere vloeistof heb dan water?
  5. Zal de isolatie/dikte van de buis gevolgen hebben voor het uitlezen?
  6. Moet een dopplerflowmeter permanent geïnstalleerd zijn?
  7. Geldt er bij een dopplerflowmeter een minimumlengte voor het rechte stuk buis stroomopwaarts?
  8. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een dopplerflowmeter?
  9. Waar liggen de beperkingen bij het gebruik van een dopplerflowmeter?

Massaflowmeters

  1. Hoe werkt een massaflowmeter?
  2. Kan een massaflowmeter zorgen voor een totale accumulatie van gas?
  3. Kan ik een massaflowmeter kalibreren voor mijn eigen gasmengsel?
  4. Heb ik een filter nodig?
  5. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een massaflowmeter?
  6. Waar liggen de beperkingen bij het gebruik van een massaflowmeter?

Flowmeters met een schoepenrad

  1. Hoe werkt een flowmeter met een schoepenrad?
  2. Wat als mijn vloeistof schuimt of wervelt?
  3. Hoe lang moet het rechte stuk van de buis in mijn geval zijn?
  4. Wat heb ik nodig voor een installatie met een schoepenrad?
  5. Mijn meter leest alles uit in GPM — de flowsensoren lezen het uit als ft/sec. Hoe weet ik welke daarvan ik moet hebben voor mijn flow?
  6. Wat moet ik allemaal weten over mijn installatie als ik een bestelling doe?
  7. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een flowmeter met een schoepenrad?
  8. Waar liggen de beperkingen bij het gebruik van een flowmeter met een schoepenrad?

Turbineflowmeters

  1. Hoe werkt een turbineflowmeter?
  2. Kan ik ook bij fijnstof een turbineflowmeter gebruiken?
  3. Moet ik voor het rechte stuk voor de sensor minimaal een bepaalde lengte aanhouden?
  4. Wat als ik luchtbellen heb in mijn vloeistof?
  5. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een turbineflowmeter?
  6. Waar liggen de beperkingen bij het gebruik van een turbineflowmeter?

Variabele doorlaatmeters/rotameters

  1. Hoe werkt een rotameter?
  2. Waar kan ik het uitlezen?
  3. Wat is het verschil tussen rotameters die je gecorreleerd en rotameters die je direct kunt aflezen?
  4. Wat als ik een ander gas of een andere vloeistof gebruik dan water of lucht? Wat als ik gedistilleerd water gebruik?
  5. Kan ik ook een rotameter gebruiken bij een vacuüminstallatie of met tegendruk?
  6. Kan ik één flowmeter gebruiken voor het meten van meerdere flowsnelheden?
  7. Wat zijn de verschillen tussen een flowmeter van 150 mm en een van 65 mm?
  8. Moet een rotameter altijd verticaal geplaatst worden?
  9. Wat voor vlotter heb ik?
  10. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een doorlaatmeter?
  11. Waar liggen de beperkingen bij het gebruik van een doorlaatmeter?

Flowmeters voor eenmalig gebruik

1. Hoe werken de Masterflex® flowmeters?

In de ultrasone flowsensor zijn twee sets piëzosensoren geplaatst in een “X” configuratie verspreid over de slang waar de werkvloeistof doorheen loopt. Deze sensoren geven ultrasone signalen die ze vanuit de flow zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts oppikken. De elektronica binnenin de sensor vormt de piëzo-signalen om tot een zendsignaal van de flowsnelheid. In de sensor voor eenmalig gebruik bevindt zich een wrijvingsloos turbinerad dat extreem gevoelig reageert op veranderingen in de stroom van de vloeistof die daar doorheen loopt. Een continue IR-bundel wordt vanaf de schoepen van de turbine weerspiegeld als een omwenteling die een gepulseerd IR-signaal opwekt dat correspondeert met de flowsnelheid van het medium. Elke sensor is zo gekalibreerd dat deze de flowsnelheid aangeeft met een nauwkeurigheid van 1% of beter.


2. Welk type sensor voor eenmalig gebruik kan ik voor mijn toepassing het beste nemen?

Wanneer u op zoek bent naar een flowsensor met een zeer grote nauwkeurigheid tegen lage exploitatiekosten en die vloeistoffen onder 20 cp kan verwerken, dan vormen de flowsensoren voor eenmalig gebruik van Masterflex met hun nauwkeurigheid van 1% een uitstekende keuze. Wanneer een grotere keurigheid een vereiste is en u wilt de sensoren opnieuw kunnen gebruiken zonder dat er een CIP voor nodig is, of wanneer u te maken heeft met een vicieuze werkvloeistof, dan is de ultrasone sensor van Masterflex met zijn nauwkeurigheid van 2% en het brede bereik aan viscositeit beter geschikt.


3. Hoe groot is de nauwkeurigheid die ik bij gebruik van de diverse typen sensor kan verwachten?

De ultrasone sensoren zijn tot op 2% nauwkeurig voor flowsnelheden tot 30 ml/min en zijn gekalibreerd volgens de met platina behandelde siliconen van Masterflex. De sensor kan functioneren met andere soorten slang, zelfs ondoorzichtige, al worden de beste resultaten bereikt wanneer wordt uitgegaan van de met platina behandelde siliconen van Masterflex.

De sensoren voor eenmalig gebruik zijn tot op 1% nauwkeurig voor flowsnelheden tot 20 ml/min. Het lichtgewicht schoepenblad van de turbine met zijn robijnlagers reageert uiterst gevoelig op de flow zolang de viscositeit onder de 20 cp blijft. Vloeistoffen met een hogere viscositeit leveren minder nauwkeurige resultaten op, zodat daarvoor andere opties vereist zijn.


4. Zijn deze sensoren te gebruiken met ondoorzichtige slangen en werkvloeistoffen?

De ultrasone sensoren en de sensoren voor eenmalig gebruik van Masterflex® zijn beide te gebruiken met ondoorzichtige slangen en werkvloeistoffen. De kalibratie van de ultrasone sensor moet worden gecontroleerd en zo nodig worden bijgesteld als de werkvloeistof afwijkt van de met platina behandelde siliconen. Verder is het van belang dat de werkvloeistof om te kunnen worden ingezet met de sensor voor eenmalig gebruik een viscositeit heeft van minder dan 20 cp.


5. Hoe verloopt de communicatie tussen deze sensoren en mijn installatie?

De ultrasone sensor is voorzien van push/pull-uitgangen van het type RS485, 4-20mA, 0-20kHz, PNP-NPN die binnen elke sensor worden aangemaakt, waardoor er voor het signaal geen extra elementen nodig zijn om deze aan een besturingsingang te kunnen koppelen.

De sensoren voor eenmalig gebruik geven een frequentiepuls af die correspondeert met de flowsnelheid. De kalibratiegegevens voor de sensor worden als deze in de optionele scanner worden ingeplugd automatisch geregistreerd, waarbij de scanner automatisch de juiste output voor uw besturingsingang aanmaakt.


Flowmeters met verschildruk

1. Hoe werken de Masterflex® flowmeters met verschildruk?

Als er via de inlaat van de meter water of gas binnenkomt, ontstaat er een plotselinge drukvermindering. De vloeistof wordt dan gedwongen om smalle laminaire stromingen te vormen die door parallelle paden gaan tussen interne, van elkaar gescheiden platen of door capillaire buizen. Het drukverschil dat door het zog van de vloeistof ontstaat, wordt gemeten door een verschildrukmeter die verbonden is met de bovenste plaat. Het drukverschil van het ene uiteinde van de platen voor de laminaire stroming ten opzichte van het andere is lineair en proportioneel ten opzichte van de flowsnelheid van de vloeistof of het gas.


2. Heb ik een filter nodig?

Om te voorkomen dat het laminaire element door vervuiling verstopt raakt, wordt gebruik van een filter van 50-μm aanbevolen.


3. Kan een flowmeter met verschildruk omgaan met turbulente stromen?

Ja; hoewel de meters in één richting werken, is een recht stuk slang of buis niet nodig.


4. Mijn gas verkeert niet onder standaardomstandigheden/ of verandert— werkt het dan wel?

Er zijn enkele niet-thermische massaflowmeters leverbaar om de temperatuur of de druk van de stroom te laten fluctueren. Deze meters zullen de waarden automatisch corrigeren voor de standaardomstandigheden.


5. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een flowmeter met verschildruk?

— kan traag stromende gassen en vloeistoffen verwerken
— heeft een uitgangssignaal voor het tellen
— knop voor het overschakelen op andere gassen


6. Waar liggen de beperkingen bij het gebruik van een flowmeter met verschildruk?

—alleen te gebruiken met schone vloeistoffen
vloeistoffen —vloeistoffen met een viscositeit van maximaal 5 cps


Doppler flowmeters

1. Hoe werkt een doppler flowmeter?

Door de wand van de buis heen wordt naar de vloeistof een signaal met hoge frequentie gestuurd. Als er onzuiverheden in de vloeistof zitten, zoals luchtbellen of deeltjes, wordt het signaal daardoor afgebogen en naar de ontvanger teruggezonden. Het verschil in frequentie tussen het verzonden en het ontvangen signaal correspondeert volledig met de flowsnelheid van de vloeistof.


2. Kan ik ook bij fijnstof een doppler flowmeter gebruiken?

Ja. Om een doppler flowmeter te laten werken, moeten zich in de vloeistof deeltjes of luchtbellen bevinden. Meestal moeten die een grootte hebben van minstens 25 ppm of 30 μm; kijk voor elke doppler flowmeter wat de grootte van de deeltjes in dat specifieke geval minimaal moet zijn.


3. Sommige flowmeters meten in velociteit (m./sec). Hoe kan ik de uitslagen omrekenen in volume/tijd?

GPM= 2.45 * (ID in inches)² * (VELOCITY in ft/sec)

PM= gallons per minute
ID = binnendiameter van de buis in inches.
Deze formulering is voor water – er wordt geen rekening gehouden met de viscositeit, de temperatuur en de druk. De viscositeit, de temperatuur en de druk zijn echter niet van invloed op het uitlezen van een doppler flow.


4. Wat als ik een andere vloeistof heb dan water?

De snelheid van het geluid door water ligt rond de 1470 ft/sec. De meeste instrumenten zijn voor die snelheid gekalibreerd. U kunt een andere vloeistof gebruiken, maar dan moet uw instrument opnieuw worden gekalibreerd.


5. Zal de isolatie/dikte van de buis gevolgen hebben voor het uitlezen?

Ja. Voordat de sensor wordt geplaatst moet eerst de isolatie worden verwijderd.


6. Moet een dopplerflowmeter permanent geïnstalleerd zijn?

Nee. Omdat doppler flowmeters de stroom extern meten, kunnen ze meestal gemakkelijk worden weggenomen en van de ene locatie naar de andere worden verhuisd.


7. Geldt er bij een dopplerflowmeter een minimumlengte voor het rechte stuk buis stroomopwaarts?

Ja. Doppler flowmeters moeten minstens tien pijpdiameter hebben voor de verschillende leidingen vanaf elke klep, elk T-stuk, elk kniestuk etc. Doppler flowmeters moeten ook een volledige pijpstroom hebben.


8. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een dopplerflowmeter?

— niet-invasief
— goed bij slurry, beluchte vloeistoffen
— draagbaar


9. Waar liggen de beperkingen bij het gebruik van een dopplerflowmeter?

— niet geschikt voor schone vloeistoffen
— vereisen een rechte buis stroomopwaarts


Massaflowmeters

1. Hoe werkt een massaflowmeter?

Van elke hoeveelheid gas is onder standaardomstandigheden de massa bekend. Wanneer daar druk en een temperatuur op worden uitgeoefend, zal het volume veranderen, maar blijft de massa constant. Massaflowmeters meten de flow uitgaande van de moleculaire massa van het gas; deze meting is onafhankelijk van de temperatuur en de druk. Een van de technieken om de flow van de massa te meten is om een deel van de flow door een sensorbuis te jagen. In de slang wordt het gas in een spiraal verhit en dan stroomafwaarts gemeten. Het temperatuurverschil correspondeert een op een met de flow van de massa.


2. Kan een massaflowmeter zorgen voor een totale accumulatie van gas?

Ja, de meeste flowmeters hebben een uitgang van 0-5 VDC of 4-20 mA. Om toezicht te houden op de totale accumulatie moet u een teller/monitor aankoppelen met bijbehorende ingang ( 0-5 VDC or 4-20 mA).


3. Kan ik een massaflowmeter kalibreren voor mijn eigen gasmengsel?

Dat is mogelijk mits het mengsel niet al te gecompliceerd is. U kunt voor de prijzen en de beschikbaarheid van kallibraties van gasmengsels contact opnemen met onze afdeling Toepassingen.


4. Heb ik een filter nodig?

Massaflowmeters zijn aangewezen op schone gassen; over het algemeen is er bij deeltjes groter dan 50 μm stroomopwaarts van de meter een filter nodig. Controleer elke meter op specifieke vereisten.


5. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een massaflowmeter?

— ze meten de massa direct
kunnen omgaan met toepassingen waarvan de temperatuur van de stroming en de druk in de leiding fluctueren.


6. Waar liggen de beperkingen bij het gebruik van een massaflowmeter?

– gekalibreerd voor een specifiek type gas


Flowmeters met een schoepenrad

1. Hoe werkt een flowmeter met een schoepenrad?

Op elke schoep van de sensor zijn magneten aangebracht, de schoepen worden in de vloeistof gedompeld. Zodra het schoepenrad draait wordt een elektrische frequentie-uitgang gegenereerd die correspondeert met de snelheid van de flow.


2. Wat als mijn vloeistof schuimt of wervelt?

Aangezien deze sensoren gebruikmaken van de kenmerken van de laminaire flow, kunnen vloeistoffen die schuimen of wervelen niet nauwkeurig worden uitgelezen. De sensoren moeten ook worden geplaatst in een recht stuk van de buis waar de volle stroom doorheen komt.


3. Hoe lang moet het rechte stuk van de buis in mijn geval zijn?

Bij installaties zonder bochten of andere belemmeringen moet u voor stroomopwaarts een minimum aanhouden van 15 pijpdiameter en voor stroomafwaarts een van 5 pijpdiameter.


4. Wat heb ik nodig voor een installatie met een schoepenrad?

a. een flowsensor
b. een verloopstuk
c. een meter of een bediening om de signalen van de sensor uit te lezen en die weer te laten geven als GPM of als LPM


5. Mijn meter leest alles uit in GPM — de flowsensoren lezen het uit als ft/sec. Hoe weet ik welke daarvan ik moet hebben voor mijn flow?

Voor het omzetten van snelheid naar flow, hanteert u:

GPM= ft/sec x (ID)2 x 2,45

GPM= gallons per minuut
DN = binnendiameter van de buis
Deze formulering is voor water — er wordt geen rekening gehouden met viscositeit, temperatuur of druk.


6. Wat moet ik allemaal weten over mijn installatie als ik een bestelling doe?

Om uw flowmeter correct te kunnen kalibreren, moeten we het volgende weten:
a. Het soort vloeistof
b. De verwachte flowsnelheid
c. De max. temp van de vloeistof en de systeemdruk
d. % zwevende deeltjes per volume
e. De pijpmaat (DN), het materiaal en de wanddikte (schema)


7. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een flowmeter met een schoepenrad?

— goede herhaalbaarheid
— geringe drukval
— onderhoudsvriendelijk


8. Waar liggen de beperkingen bij het gebruik van een flowmeter met een schoepenrad?

— er gelden de minimumvereisten voor de buis stroomop-/afwaarts
— buis moet vol zijn.


Turbineflowmeters

1. Hoe werkt een turbineflowmeter?

Wanneer een vloeistof of een gas door de turbine stroomt, brengt dat een schoep van de waaier aan het draaien waarvan het signaal wordt opgepikt door infrarode bundels, foto-elektrische cellen of door magneten. Er wordt dan een elektrische puls aangemaakt die wordt omgezet in een frequentie-uitgang die correspondeert met de flowsnelheid.


2. Kan ik ook bij fijnstof een turbineflowmeter gebruiken?

Nee. Turbineflowmeters kunnen het best worden gebruikt bij schone vloeistoffen met een lage viscositeit.


3. Moet ik voor het rechte stuk voor de sensor minimaal een bepaalde lengte aanhouden?

Om een gelijke dwarse stroming te verkrijgen, wordt aanbevolen in elk geval een stuk buis te hebben met een lengte van minstens 10 keer de binnenste diameter stroomopwaarts, en van minstens 5 keer de binnendiameter van de flowmeter stroomafwaarts ten opzichte van de sensor. Controleer elke flowmeter op specifieke vereisten.


4. Wat als ik luchtbellen heb in mijn vloeistof?

Sommige turbineflowmeters zijn te gebruiken met lucht. Het uitlezen wordt wel minder nauwkeurig als lucht- of dampbellen in de vloeistof zitten. Door het dwarsprofiel van de buis moet er wel een laminaire (stabiele) flow lopen.


5. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een turbineflowmeter?

— zeer nauwkeurig bij vloeistoffen
— gemakkelijk te installeren en onderhouden
— signaaluitgang voor het tellen
— beschikbaar voor lage flowsnelheden


6. Waar liggen de beperkingen bij het gebruik van een turbineflowmeter?

— gevoelig voor veranderingen in viscositeit
— vereist een rechte buis
—alleen voor schone vloeistoffen en gassen


Variabele doorlaatmeters/rotameters

1. Hoe werkt een rotameter?

Rotameters, ook wel vadometers of doorlaatmeters genoemd, werken met het principe dat de variatie van de stroming die nodig is om een constant drukverschil op te wekken correspondeert met de flowsnelheid. De stromende vloeistof komt van onderen in de meter, gaat omhoog en passeert een meetbuis en een vlotter, en gaat er aan de bovenkant weer uit. De flowsnelheid wordt afgelezen van de stand van de vlotter tegen de gekalibreerde maatstrepen die in het glas zijn geëtst.


2. Waar kan ik het uitlezen?

Flowmeters worden altijd afgelezen vanaf het midden van de vlotter. Het wordt daarom aangeraden de vlotter op ooghoogte te plaatsen, ter voorkoming van leesfouten.


3. Wat is het verschil tussen rotameters die je gecorreleerd en rotameters die je direct kunt aflezen?

Een flowmeter waar de waarden direct van zijn af te lezen geeft op zijn meetschaal de flowsnelheid aan in specifieke technische eenheden (bijvoorbeeld ml/min of scfh). Meetschalen om direct af te lezen zijn gericht op een specifiek soort gas of vloeistof bij een bepaalde temperatuur en druk. Terwijl ze gemakkelijker te hanteren zijn dan flowmeters die gecorreleerd moeten worden afgelezen, zijn ze wel minder nauwkeurig en is het aantal toepassingen ervoor beperkt.
Een gecorreleerde flowmeter heeft een schaalverdeling om de waarden van af te lezen met een lengte van 65 of 150 mm. De afgelezen waarde worden dan vergeleken aan de hand van een correlatietabel voor een specifiek soort gas of vloeistof. Die geeft de werkelijke flow dan aan in technische eenheden. Er bestaat een gecorreleerde flowmeter die te gebruiken is met verschillende stoffen of gassen.


4. Wat als ik een ander gas of een andere vloeistof gebruik dan water of lucht? Wat als ik gedistilleerd water gebruik?

Als u gebruikmaakt van een gecorreleerde flowmeter, geeft u dan het nummer van de buis en het type vlotter aan ons door, zodat we u een correlatietabel kunnen mailen voor de gassen die bij ons in de catalogus staan. Daarnaast hebben we een beperkt aantal correlaties beschikbaar voor gassen die daar niet in vermeld staan.

Voor gedistilleerd water moet u de correlatietabel voor water raadplegen.


5. Kan ik ook een rotameter gebruiken bij een vacuüminstallatie of met tegendruk?

Ja, maar als u daar een kerk voor heeft, moet die worden aangebracht op de uitlaat (bovenzijde van de flowmeter). Dit gebeurt door eerst de buis binnenin het frame om te draaien, en dan het frame zelf om te keren. Vanuit deze positie moet de buis vanuit het oorspronkelijke standpunt correct zijn af te lezen terwijl de klep zich bij de uitlaat moet bevinden, oftewel bovenop de flowmeter. Zo kan het vacuüm correct worden aangestuurd.


6. Kan ik één flowmeter gebruiken voor het meten van meerdere flowsnelheden?

Ja. Als u gebruikmaakt van een gecorreleerde flowmeter kunnen verschillende flowsnelheden worden gerealiseerd door verschillende vlotters te gebruiken bijvoorbeeld van hardmetaal, roestvrijstaal, glas of saffier.


7. Wat zijn de verschillen tussen een flowmeter van 150 mm en een van 65 mm?

Een flowmeter van 150 mm heeft een meetschaal van die lengte en is dan als zodanig geclassificeerd. Dit levert een betere resolutie op dan bij de goedkopere flowmeter van 65 mm.


8. Moet een rotameter altijd verticaal geplaatst worden?

Over het algemeen moeten rotameters verticaal worden geplaatst omdat de vlotter zichzelf in de stroming moet kunnen centreren. Bij hoge flowsnelheden zal de vlotter zich meer naar het bovenste uiteinde van de meetbuis toe positioneren, en bij lage flowsnelheden meer naar onderen. Enkele van onze rotameters hebben een vlotter die is voorzien van een veer waardoor ze in elke willekeurige stand kunnen worden aangebracht.


9. Wat voor vlotter heb ik?

Een vlotter van glas is zwart en die van saffier zijn altijd rood. Vlotters van hardmetaal en roestvrijstaal hebben allebei een metalig uiterlijk, maar die van hardmetaal zijn bovendien magnetisch.


10. Wat zijn de voordelen van het gebruik van een doorlaatmeter?

— goedkoop
— enigszins zelfreinigend
— geen stroombron bij nodig
— met het oog op de chemische verenigbaarheid leverbaar in verschillende materialen


11. Waar liggen de beperkingen bij het gebruik van een doorlaatmeter?

— geen uitgang voor gegevensoverdracht
— gevoelig voor afwijkende gassoorten en veranderingen in temperatuur en druk